Waar sta je?
In deze korte werkvorm onderzoek je samen met leerlingen welke toekomstbeelden dominant zijn in de klas, in het bijzonder over klimaatverandering. En je voert het gesprek over hoeveel invloed we denken te hebben op het veranderen van deze toekomst. Ook bespreek je emoties die verbonden zijn met de verschillende toekomstbeelden. Via gerichte vragen kun je gevoelens van angst voor een rampzalige toekomst en wanhoop over beperkte invloed op de toekomst proberen te verminderen, en gevoelens dat een betere toekomst mogelijk is en dat wij daar een bijdrage aan kunnen leveren te versterken.
Docenten geven aan dat ze deze werkvorm prettig inzetten als inleiding op het gesprek en denken over de toekomst. Zij zien ook dat het naast een inleiding óók de afsluiter kan vormen om zo de cirkel rond te maken; is ons denken en voelen over de toekomst veranderd? Waar sta je nú?
Download het lespakket
In deze les leer je:
- uit te leggen welke toekomstbeelden je hebt ten aanzien van klimaatverandering
- uit te leggen op welke manier je invloed hebt om klimaatverandering te beperken
- gevoelens ten aanzien van klimaatverandering onder woorden te brengen en bespreken met anderen
- gevoelens van angst voor een rampzalige toekomst en gevoelens van wanhoop over beperkte invloed op de toekomst te verminderen
- gevoelens te versterken dat een betere toekomst mogelijk is en dat wij daar een bijdrage aan kunnen leveren
Voorkennis:
Deze werkvorm is in alle klassen (niveaus en leerjaren) toe te passen. Als docent kun je zelf kiezen welke mate van diepgang je opzoekt in de discussie met leerlingen. Docenten die deze werkvorm hebben uitgevoerd zeiden wel dat de werkvorm lastiger is in klassen waar leerlingen zich moeilijk durven uit te spreken. De werkvorm kan bij aardrijkskunde worden ingezet, of bij andere schoolvakken. De werkvorm vereist namelijk weinig vakinhoudelijke kennis van de leerlingen.
Deze les kan worden ingezet als vervolg op het bespreken van het onderwerp klimaatverandering in de klas.
Aansluiting examenprogramma: n.v.t.
Duur:
25 of 50 minuten
De werkvorm duurt een halve les (alleen stap 2) tot een hele les (stap 1 en stap 2). Het is handig om flexibel te zijn in de tijd. Geef jezelf als docent de ruimte om een gesprek korter of langer te laten duren dan gepland, afhankelijk van de reacties in de klas.


